Gezond bewegen in Nederland

Anno 2013 behoren ongeveer 5,1 miljoen Nederlanders tot de doelgroep 55+. Dit aantal zal de komende jaren nog stijgen. Een groot deel (ruim 4,7 miljoen) van de ouderen woont zelfstandig in de wijk (deels in ouderenwoningen). Hiervan heeft ruim een kwart geen aandoeningen (1).

Het is bekend dat fysieke activiteit een efficiënte strategie is om gezond ouder te worden. Sportief bewegen zou daarom een vast onderdeel van onze leefstijl moeten zijn (2). Toch blijkt dat niet altijd zo te zijn.

Misschien is het wel verheugend om te kunnen vaststellen dat Nederland wat sportparticipatie betreft  relatief goed scoort in Europa (3). In 2013 deed 58% van de Nederlandse bevolking ouder dan 15 jaar aan sport. Nederland scoort daarmee beduidend hoger dan onze West-Europese buurlanden (43-48%), maar ook beduidend lager dan de Scandinavische landen (66-70%). Ook kunnen we direct vaststellen dat bijna de helft van onze bevolking sportactiviteit dus niet als onderdeel van hun leefstijl heeft. Bovendien neemt de sportdeelname gestaag af met de leeftijd; deze daalt van 75% in de tienerleeftijd tot onder de 50%  bij de 55+-ers.

Gelukkig kan iedere vorm van bewegen gezond zijn, ook als het geen sport of aparte beweegactiviteit is. Het is alleen nodig dat de activiteit voldoende intensiteit heeft en voldoende lang wordt volgehouden om gezond te zijn. Als handvat hiervoor is de  Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) vastgesteld. Dit is de minimale norm voor de instandhouding en verbetering van de gezondheid. Een volwassene van 18 jaar of ouder voldoet aan de NNGB wanneer hij of zij ten minste een half uur per dag op minstens vijf dagen per week beweegt met een minimaal matig intensieve intensiteit. Voor jongeren onder de 18 jaar is de eis strenger. Jongeren behoren minstens een uur per dag te bewegen en zeven dagen per week.

Volgens de NNGB beweegt in Nederland 71% van de sportende bevolking voldoende om gezond te blijven en slechts 52% van de niet-sportende bevolking. De oudere bevolking c.q. de 55+-ers scoren hier beter dan de bevolking onder de 55 jaar. Van de 55+-ers voldoet 87% van degenen die aan sport doen ook aan de norm voor gezond bewegen en 64% van de niet-sporters. Dit zou kunnen komen omdat de huidige 55+ meer tijd heeft en hij of zij deze tijd besteedt aan sportieve activiteiten; niet zo zeer aan sport. Uit onderzoek blijkt immers ook dat Nederland koploper is in Europa als het gaat om sportieve activiteiten, zoals tuinieren, wandelen, dansen, fietsen en klussen. Met 44% scoort Nederland op dit gebied beduidend hoger dan de Scandinavische landen (28-32%) en onze West-Europese buurlanden (14-18%). Deze percentages zijn in heel Europa overigens laag te noemen.

Het hoge percentage 55+-ers dat aan de NNGB voldoet zou ook verklaard kunnen worden door de lagere eisen die aan hen worden gesteld door de norm. Activiteiten met een lager intensiteit mogen bij 55+-ers als matig intensief worden aangemerkt, terwijl deze voor volwassenen onder de 55 jaar niet meetellen. Activiteiten voor jeugdigen  < 18 jaar worden pas meegerekend als ze nog intensiever zijn. Licht en gemiddeld tuinieren tellen daarom wel mee voor 55+-ers maar niet voor de jongere generatie volwassenen.

Alhoewel de trend voor gezond bewegen in Nederland nog steeds gunstig blijkt te zijn, zien we dat de trend van sportblessures daarmee gelijke tred houdt. (4). Ook sportblessures laten dus een stijgende lijn zien.

Kortom, sportieve activiteiten zijn goed voor ons lichaam en ons welzijn. We moeten allen genoeg bewegen voor onze gezondheid. Maar neem wel maatregelen om negatieve effecten te voorkomen.

 

Referenties:
1. NISB, Factsheet Ouderen, 2014
2. WHO, Factsheet Physical Activity and Older Adults, 2015
3. DGCE, Eurobarometer, 2014
4. SCP, Rapportage sport 2014, 2015